Notulen "Broederkring" do 15 september 2011
Thema: Wat doet de Heilige Geest.
Anton las Hand.2:1-13 en startte de gesprekken door vragen:
Is wat daar beschreven wordt alleen iets voor lang geleden? Verlangen wij daar naar? Hoe passen wij Jes.40:29-31 toe als we innerlijk leeg en futloos zijn?
Wat betekent het, weten dat we de Heilige Geest bezitten, in moeilijke situaties, bijvoorbeeld:
- als we in de put zitten en ons geloof wegzakt;
- als we moe zijn en het er op aan komt te getuigen;
- als mensen die getroffen zijn door leed ons vragen “waarom laat ‘onze lieve Heer’dat toe;
- als we in grote eenzaamheid moeten leven.
Hoe blijf je in de rust als alles tegenzit en iedereen je aanvalt en tekort doet.
We konden als broeders elkaar steunen met adviezen uit eigen ervaringen, zoals:
• Moeilijkheden geven een kans om een geloofwaardig getuigenis te geven door ons gedrag of onze woorden. Het is niet God die kinderen laat verongelukken, maar de Boze (de overste van de wereld).
• We hoeven ons niet te laten overheersen door de omstandigheden of personen. De Bijbel roept op hen te zegenen die ons vervloeken en te bidden voor wie ons smadelijk behandelen. (Luc.6:28).
• We mogen proberen afstand te bewaren: “veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden” (Luc.6:37)
• We mogen er op vertrouwen dat de Here Jezus bij ons is in beproevingen (1Cor.10:13)
• We kunnen steun zoeken bij een broeder om samen te bidden.
• Het is belangrijk te beseffen dat we niet te strijden hebben tegen mensen maar tegen de geestelijke machten die door de mensen heen werken (Ef.6:12). En dat we mogen weten dat Jezus Christus die geestelijke overheden en machten ontwapend heeft (Col.2:15)
• In de moeilijkheden innerlijk bidden, de Here Jezus vragen: ‘hoe wilt U dat ik reageer en zeg?’
Het was goed om zo openhartig als broeders met elkaar te spreken.
Opgemerkt werd dat het pijn kan doen als de ander je de waarheid vertelt, maar dat waarheid je vrij maakt (Joh.8:31). Als broeders scherpen we elkaar op, zoals men ijzer met ijzer scherpt. (Spr.27:17).
Als besluit las een broeder 1Cor.2:12-16. Wij hebben de Geest van God en door Hem kunnen wij elkaar verstaan.
Notulen "Broederkring" do 19 mei 2011
Thema: Redelijke eredienst.
Gelezen werd Rom.12:1 t/m 8 en de vraag gesteld: “wat is redelijk”. De gesprekken kwamen meteen opgang en men was het wel eens dat het niet betekent: ‘net voldoende’. Als we ons verstand gebruiken, zien we in dat het gaat om wat onze Schepper ‘van ons mag verwachten’. Onze gedachten moeten anders gericht worden, dan worden we vanzelf anders. Als praktisch voorbeeld werd genoemd: de “Baptistische Boys”, die vallen bij buitenstaanders op, doordat ze anders met elkaar omgaan.
Veranderen naar het beeld van de Here Jezus is een voortdurend proces, dat gevoed moet worden door actief bezig te zijn met Gods Woord. Het geestelijke groeiproces is te vergelijken met lichamelijk groeien: eerst melk daarna vast voedsel. Anton gaf als voorbeeld hoe de noodzaak zich voor te bereiden met het Bijbelgedeelte veel meer tot hem sprak dan het eenvoudig overlezen.
Vernieuwing van ons denken heeft als doel meer in overeenstemming met Gods wil te leven. Dat betekent ook de juiste plek innemen in de gemeente, het Lichaam van Christus. Dat vergt een leerproces. Enkele opmerkingen uit deze gedachtewisseling:
- we moeten niet veroordelen, maar elkaar respectvol behandelen;
- we moeten een voorbeeld zijn;
- een pasbekeerde kan na een emotioneel getuigenis geestelijk aangevallen worden en terneergeslagen worden;
- hoe kunnen wij pasbekeerden en personen na hun doop begeleiden.
- evangelisatie in de eigen plaats is belangrijk, dat geeft herkenbaarheid;
Met het woord “vermanen”uit vers 8 kwam het gesprek op een ander onderwerp. Het woord wordt in andere vertalingen weergegeven door: bemoedigen, aanmoedigen, vertroosten. Interessante opmerkingen uit deze gesprekken zijn:
- vermanen is bedoeld tot opbouw van de persoon en de gemeente. Het wordt een speciale gave genoemd.
- opmerkingen kunnen verschillend overkomen. Iets kan belangstellend gevraagd worden, maar als kritiek over komen waardoor gemakkelijk miscommunicatie kan ontstaan.
- wij oordelen vaak te gemakkelijk, want ons waarnemen altijd gekleurd. We moeten niet vergeten dat we een geestelijke tegenstander hebben, die verwarring wil stichten en onze gedachten kan binnendringen.
- de verharding in de maatschappij neemt toe in deze eindtijd. Het is belangrijk niet op onszelf gericht te zijn oog te hebben voor de nood van de ander.
- mensen die de diensten verzuimen verkeren in nood. Er kunnen geldige redenen zijn dat mensen wegblijven (kinderen, werk, ziekte enz), maar het kan ook de geestelijke tegenstander zijn die hen weerhoudt, daarom kunnen we beter voor hen bidden.
- we gaan naar een ‘dienst’. Als we als broeders biddend in de dienst zitten kunnen er grote dingen gebeuren.
Vervolgens werd Rom.12:9t/m 21 gelezen en de aandacht gevestigd op ‘De liefde zij ongeveinsd’.
Liefde is het allerbelangrijkste. We kunnen van alles hebben of doen, maar zonder liefde is het waardeloos (1Kor.13). Ongeveinsde liefde is niet gemakkelijk, daarvoor is tijd nodig om te groeien. Het begint met ‘hekel hebben aan het kwade’. Van nature volgen we ons ‘vlees’, maar dat berooft ons van de blijdschap en vrede van God. Liefhebben is een gebod dat zich zelfs uitstrekt tot onze vijand. (Spr.25:21). Bij andersdenkenden is het belangrijk te onderscheiden tussen de persoon en de geloofsleer. Moslims zijn net als wij mensen, maar de Koran gaat in tegen de Bijbel. Interessant is het argument: de Koran is maar door één persoon geschreven, de Bijbel door meerdere.
Dit waren enkele punten uit de vele boeiende gesprekken. Alles noteren zou meerdere bladzijden vergen.
Notulen "Broederkring" do 21 april 2011
Thema: Ervaringen van Geert van de Zeeuw in de DTS en Noord-Afrika.
DTS, Discipelschap Training School van jeugd met een opdracht is een training in “hoe Jezus volgen”, gedurende 12 weken theorie en 12 weken praktijk. In de periode 11/9/2010 – 11/3/2011 bestond de groep uit 35 jongeren (18-35 jr) en 10 leiders. Die werden, verdeeld in 4 groepen, uitgezonden naar Midden-Oosten, Indonesië, India en Noord-Afrika.
Het lag Geert op zijn hart iets voor de vervolgde gemeente te doen. Het eerste wat we dan kunnen doen is: gebed, dat is ‘praten met God’, daar moeten we voor kiezen en strijden. Geert heeft daardoor veel geleerd. Op de DTS werden lessen ‘overgave aan God’ en het ‘karakter van God’, dat is liefde gegeven.
Geert illustreerde zijn betoog met een stukje film van Open Doors voor de gebedsnacht 2010, waarin de 81 jarige oprichter Anne van de Bijl, die ook betrokken is bij de DTS, jongeren aanvuurt om een stap in geloof te doen. Dit was voor Geert de aanleiding om zijn baan op te zeggen en de DTS te doen. Hij heeft ervaren dat zijn geloof gegroeid is, (en dat straalde tijdens zijn betoog van hem af).
De lessen op de DTS werden begonnen met God toe te zingen. Ook David de Vos, schrijver van het boek “Het evangelie leeft”gaf les. De evangelisatielessen werden in de praktijk geoefend op straat in Amsterdam. Met evangelisatie moet niet krampachtig omgegaan worden. Het betekent gewoon: de gelegenheid aangrijpen. Het is mooi, avontuurlijk werk en door het vaker te doen gaat het gemakkelijker. Geert heeft nu het verlangen om de evangelisatie in Hengelo op te zetten.
Vervolgens vertelde Geert van hun belevenissen in Noord-Afrika. De groep getuigde door hun houding. In tegenstelling tot doorsnee toeristen, zochten zij contact en hadden zij belangstelling voor de mensen. Door middel van een toneelstuk met Kerst werd daar het herstel van de relatie met God uitgebeeld.
Als gebedspunt noemde Geert: gebed om leiders. Noord-Afrikaanse gelovigen die vanuit de islam christen worden, hebben geen voorbeelden en weten niets.
Er kwamen ook ernstige vragen op ons af.
Hoe moeten wij in het ‘vrije’Nederland 2Tim.3:12 zien? Worden wij soms vervolgd door alle afleiding?
Wat betekent godvruchtig leven voor ons?
Anne vd Bijl wijst in het filmpje op het kruis dat we op moeten nemen. Je kruis is dat bijvoorbeeld ‘je wilt niet’of ‘je verlegenheid’. Neem een beslissing, dan begint het proces. Bidt eerst voor iemand, voordat je die benadert, zodat de Here het hart kan voorbereiden. Wij moeten geloofwaardig zijn. Heeft God alles van je, is alles onder controle van de Heilige Geest? Dat is de vraag aan ons en de uitdaging.
Een boeiende avond en een bemoediging om Geert zo enthousiast te zien. Degenen die er niet waren hebben wat gemist.
Notulen "Broederkring" do 17 maart 2011
Thema: Geloof en werken.
Anton begon met het lezen van Jac.2:14-26. Als kind uit een ongelovig milieu was het wel duidelijk voor hem: uit de goede dingen die het Leger des Heils bij hen thuisbracht zag je dat het te maken had met geloof. Maar wanneer je later tot geloof komt wordt het duidelijk dat geloof meer betekent.
In Rom.3:28 en Gal.5:6 zegt Paulus dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt en niet uit werken der wet, en dat het gaat om geloof dat door liefde werkt. Ook in de brief van Jakobus gaat het niet om een theoretisch geloof, maar om levend geloof in Jezus Christus.
Gewezen werd op vers 15 en de vraag gesteld: wat doen wij met onze naaste.
Hebben we wel of niet belangstelling voor onze broeders en zusters?
De gesprekken barstten weer los en er waren fijne getuigenissen.
Sommige gemeenteleden klagen over gebrek aan belangstelling en er werd opgemerkt dat in Noord Afrika de mensen gastvrijer zijn. Maar in tegenstelling daarmee was het getuigenis van een pasbekeerde broeder. Juist in onze gemeente ervoer hij warmte en werd hij overtuigd: hier is “Iets” bezig. Na altijd voor zichzelf geleefd te hebben ervaart hij nu de Heilige Geest en kan hij aandacht geven aan anderen.
Het was fijn om te horen hoe een leven totaal kan veranderen als een mens uit de duisternis in het licht komt en daarvan durft getuigen in de wereld. Hoe men door de Heilige Geest mag zien wat in het verleden fout gegaan is en dat al die zonden bij Jezus gebracht mogen worden. Verschillende broeders konden beamen wat er getuigd werd. Enkele punten uit de gesprekken:
• Toevalligheden. Door schijnbare toevalligheden denkt men in de gemeente gekomen zijn, maar terugkijkend kan men het duidelijk zien als leiding.
• Minderwaardigheidscomplexen. Vanuit de kinderjaren kunnen minderwaardigheidsgevoel, laag zelfvertrouwen, zich overbodig-voelen en zelfs Post Traumatische Stress Syndroom ontstaan. Vaders hebben daarbij een belangrijke rol.
• De eerste liefde. Er werden waarschuwingen en adviezen gegeven om de eerste liefde vast te houden. Er kunnen aanvechtingen komen en dalen. We moeten groeien in intimiteit en liefde voor Jezus door Hem te leren kennen door het levende Woord dagelijks te lezen. Liefde blijkt ook uit het bezoeken van de samenkomsten.
De aandacht werd gevestigd op vers 17 en 23.
Dood geloof en levend geloof.
Er waren weer interessante opmerkingen:
• Geloofsdaden. Abraham is bereid zijn zoon te offeren en Rachel laat haar volk in de steek voor God van Israël; zij wordt een landverraadster. Dit worden geloofswerken genoemd. De pasbekeerde broeder, (nog onbekend met Rachel) merkte op dat het in feite geen werken zijn maar daden. Wij kunnen ons inderdaad niet redden door onze werken, maar ons geloof blijkt uit onze daden.
• Geen behoefte hebben om naar de samenkomsten te gaan kan een symptoom zijn van dood geloof. Het kan ook symptoom zijn van geestelijke strijd.
Vervolgens werd Mat.25:14-28 gelezen. Enkele opmerkingen bij:
Talenten
• Het woord talent wordt in de wereld anders gebruikt dan in de Bijbel bedoeld is. Talenten moeten opgevat worden als “verantwoordelijkheden” of “taken”. Dat is wat anders dan bekwaamheden.
• Velen willen geen verantwoordelijkheid op zich nemen en gebruiken hun bekwaamheid alleen maar om een taak in de wereld te vervullen.
• Anton verwees naar wat gezegd werd op de recente Bijbelstudie over1Kor.3:13.
• Als er in een gemeente 200 leden met 1 talent, een voorganger met 5 talenten en vijf oudsten met elk 2 talenten zijn, dan heeft de gemeente totaal 215 talenten te verantwoorden.
Notulen "Broederkring" do 17 februari
Thema: 1 Kor.12: 12 t/m 31; één Lichaam.
De gesprekken werden op gang gebracht door telkens een vraag te stellen.
Hoe ervaren wij de eenheid van Christus in onze gemeente?
De antwoorden varieerden. Het was wel duidelijk dat voor het goed functioneren van een lichaam alle leden nodig zijn en het ontbreken van een lid het lichaam gehandicapt maakt.
Voelen wij dat wij één lichaam zijn?
We hebben samen daarvoor gekozen en moeten fungeren als een lichaam waar Jezus Christus het hoofd van is.
Als in een orkest de triangel niet werkt hoort het publiek het misschien niet maar de dirigent merkt het wel.
Mogelijk schuiven wij talenten van ons af door passief te zijn of te bescheiden op de achtergrond en afwachtend tot we gevraagd worden. Het kan ook zijn dat iemand iets doet op de achtergrond, bijvoorbeeld ziekenbezoek. We mogen weten dat God het wel ziet.
Geven we acht op mensen die niet komen, zien we naar hen om?
Als je lid bent hoor je bij de samenkomsten te komen. Hierbij kwamen verschillende opmerkingen: nalatigheid bezoek teken van de eindtijd; sprekers nalopen is erg menselijk ; we moeten omzien naar elkaar; we moeten niet negatief kijken, de avonddiensten worden relatief goed bezocht.
Als één lid lijdt of verblijd is, lijd ik en verblijd ik dan echt mee met die ander?
Er kwam weer actief gesprek op gang, met een aantal invalshoeken:
- onopvallend gebeurt er wel veel: er worden kaarten gestuurd ( een broeder knipt de tekst van het mededelingenblad uit en plakt die er op); in groepen zoals de Bapt.Boys is er contact.
- met dat doel zijn ook de huiskringen opgezet.
- belangrijk voor opbouwende contacten is dat hierbij het gehoorde niet doorverteld wordt. Het gevaar bij doorvertellen is dat het verhaal anders overkomt dan oorspronkelijk bedoeld is. De “vertrouwenspersonen” zijn er juist om onder strikte geheimhouding problemen te kunnen bespreken. Soms kan een man iets beter met een andere man bespreken, dan met zijn eigen vrouw.
- als mijn kniebanden gescheurd zijn, heb ik geen meelijden met mijn knie, maar strompelt mijn lichaam. Zo lijdt ook de gemeente als geestelijk lichaam als één lid niet goed functioneert.
- ook waren er heel persoonlijke ontboezemingen waar gebed voor gevraagd werd.
Hoe wordt over dit stuk gedacht; hebben allen die gaven?
Een aantal opmerkingen die hierover gemaakt werden:
- de hoogste gave is die op dat moment nodig is.
- het belangrijkste is nederigheid en oprechtheid van hart; het gaat niet om eigen ik maar om de Here God.
- in onze gemeente maakt men ook genezingen mee en zijn er die in tongen spreken.
- innerlijke genezing is belangrijker dan lichamelijke genezing en lijden kan een hemels doel hebben, zie Job.
- hoe ziekte en overlijden gedragen wordt kan een geweldig getuigenis voor anderen zijn.
- belangrijk is wat staat in Mat.7:22 en 2Thess.2:9 en te letten op wat staat in Mat.7:15-22.