Zondag 5 September 2010



Overdenking

 bijbel

De hand aan de ploeg slaan.........

De Here Jezus heeft de uitdrukking 'De hand aan de ploeg slaan' een keer gebruikt, toen Hij sprak over het volgen (Luc. 9:62). Bij het volgen van de Here Jezus moeten we vooruit zien. Dat willen wij ook in de komende tijd. Een nieuw seizoen begint weer, en we willen als gemeente zowel zelf opgebouwd worden, als ook anderen bereiken met het Evangelie. De door de weekse activiteiten staan gepland en er is volop gelegenheid om bij het gemeentelijke werk betrokken te zijn. Laten we daarom de hand aan de ploeg slaan!
De zondagse diensten, de zondagsschooi, de bijbelstudie, de bidstond, de bezoeken aan de zieken en ouderen, het jeugdwerk, de bijbelklassen, de ouderenmorgen, de avonden op maandag onder de titel "Op weg naar Huis!", de zusterhulp, de broederkring, de themadiensten, doopavonden, we mogen weer uitzien naar vele gezegende momenten! Allen zullen we onze plaats moeten innemen, die de Heer ons gegeven heeft en geeft in het midden van de gemeente. Daarbij is het belangrijk trouw te blijven aan het onveranderlijke Woord van God, en tegelijkertijd onze roeping te vervullen in een voortdurend veranderende wereld. De hand gaan we in de komende maanden weer aan de ploeg slaan tot opbouw en bemoediging van elkaar, tot eer en verheerlijking van Hem, Die ons gekocht heeft met het bloed van Zijn Zoon. De Heer wil ons – ondanks al onze fouten, tekortkomingen en zwakheden   gebruiken om hen te bereiken die nog buiten staan, opdat ook zij zullen horen van het verzoenende bloed van onze Here Jezus Christus. De hand slaan we aan de ploeg, waarbij we vooruit zullen kijken en het doel voor ogen zuilen houden, Ons oog is immers gericht op de Here Jezus Christus, de Voleinder van het geloof! (Hebr. 12:2) We worden niet voor niets in het Woord gewaarschuwd dat de tijd kort is! Hebr. 10:37 zegt immers:

' Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, ....... '

In het wereldgebeuren dichtbij en veraf, vindt veel plaats, waardoor we ons kunnen laten verontrusten. Laten we dat niet doen, de Heer immers staat boven alle dingen. Hij houdt ons vast, evenals wat in deze wereld plaatsvindt.

Liederen zeggen soms veel meer dan woorden en zinnen waar veel over nagedacht is. Ter afsluiting daarom een couplet van een bekend lied:
Laat Hem besturen, waken! 
't Is wijsheid, wat Hij doet! Zo zal Hij alles maken, dat g’u verwond’ren moet, als Hij die alle macht heeft, met wonderbaar beleid geheel liet werk volbracht heeft, waarom gij thans nog schreit.

Van harte weer Gods rijke Zegen toegewenst!

J. van der Zeeuw.


Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent...  

Op weg naar huis, naar het land vanwaar hij eens gevlucht was ..... Jakob is een ander mens geworden. Hij moest vluchten, omdat hij de zegen van zijn vader lzaäk op zijn eigen tijd wilde ontvangen. In werkelijkheid was het niet de zegen van zijn vader, maar de zegen van de Here God, die Hij op Zijn tijd aan Jacob wilde geven! Jacob greep vooruit op wat God hem had toegezegd, en de gevolgen van deze zondige gedachte, van dit verlangen heeft Jacob lange tijd moeten dragen. Met ons is het vaak niet veel beter gesteld. Ook wij kunnen heel gemakkelijk vooruit grijpen op wat God heeft klaarliggen om op Zijn tijd aan ons te geven. Jacob is wel veranderd, als hij vlak bij de Jabbok de Engel des Heren ontmoet.

De woorden die u hierboven heeft kunnen lezen (Gen. 32:26), heeft Jacob uitgesproken in een heel andere tijd, dan toen hij de zegen wilde kopen van zijn broer Ezau. Toen wilde Jacob met bedrog de zegen bemachtigen, nu weet Jacob dat hij de zegen alleen maar kan ontvangen op grond van Gods genade. Jacob vraagt aan de Engel des Heren of Hij niet van hem wil weggaan, tenzij Hij hem zegent. Dit gebed is verhoord! Jacob had Gods zegen nodig, zonder Zijn zegen kon en wilde hij niet verder. Wij zullen wat dit betreft hetzelfde verlangen moeten hebben. Zonder Zijn zegen konden we het werk in de afgelopen tijd niet doen. Zonder Zijn zegen kunnen we na de vakantie het werk niet ter hand nemen. En in de vakantieperiode zijn we van Zijn bewarende en zegenende hand volkomen afhankelijk. Laten we onszelf en elkaar zo aan Gods genade bevelen!

Van maandag 12 juli t/m vrijdag 6 augustus hopen wij vakantie te hebben! U kunt in voorkomende gevallen altijd contact opnemen met één van de aanwezige broeders van de raad. Voor de komende tijd wensen wij u allen Gods rijke Zegen toe!

Fam. J. van der Zeeuw.


Ik dank mijn God te allen tijde. als ik u in mijn gebeden gedenk. .....

Paulus schrijft deze woorden in zijn brief aan Filémon (vers 4).
In iets kortere bewoording komen we deze woorden ook tegen in Fil. 1:3. Er is in Paulus' hart dank aan God, vanwege het geloof van hen, die Paulus mag kennen als kinderen Gods, als zijn broeders en zusters.

Als wij terug kiiken naar de achter ons liggende tijd, is daar diezelfde dank: dank aan God, vanwege dat wat Hij in ons midden gedaan heeft. Dank aan God, vanwege het feit, dat wij samen in Zijn dienst mochten staan, samen het werk mochten doen, waartoe Hij ons geroepen heeft. Dank is er vanwege de Zegen, die Hij ons gegeven heeft. Deze dank wordt zo prachtig onder woorden gebracht in de tekst van lied 320 uit de bundel Liederen voor de Gemeentezang. (JdeH. 156):

Dankt, dankt nu allen Ciod!
Zingt Hem uw lofgezangen,
die van bet eind der aard`
aanbidding moet ontvangen.
Hij zag in Cbristus ons
altijd genadig aan,
en heeft, ons in het leed
toch niet doen ondergaan.

Hij, d' eeuwig rijke God,
wil ons reeds in dit leven
een altijd dankbaar hart,
vervuld van vrede geven.
Hij schenkt ons door zijn Geest
voortdurend licht en kracht,
 en zal ons uit de nood
verlossen door zijn macht.

Lof eer en prijs zij God.!
Zingt Hem uw lofgezangen!
Rij wil op ‘s hemels troon
 bet lied der aard 'ontvangen.
Drie eenge, U regeert
 als Vader, Zoon en Geest.
U blijft dezelfd' altijd,
 die U steeds bent geweest.

Als gemeente mogen wij dit jaar gedenken, dat wij al 75 jaar mogen bestaan in Vroomshoop en Daarierveen. In al die jaren zijn er ook momenten en tijden van teleurstelling en verdriet geweest. Wanneer we de brieven van Paulus lezen, ontdekken we, dat de apostel dat ook heeft meegemaakt, maar de dankbaarheid overheerst toch. In het volgende maandblad kunt u meer lezen over de wijze waarop wij dit 75 jarig bestaan in het najaar willen vieren.

Laten wij nu steeds dankbaar zijn en de Heer de dank brengen, voor wat Hij ons geschonken heeft. Dat brengt ons ertoe om uit te zien naar wat Hij ook in deze nieuwe maand ons weer wil geven!

Gods Zegen weer van harte toegewenst!

J. van der Zeeuw.

Getuigen, wanneer de Trooster komt

Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zol deze van Mij getuigen; en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.

Na Jezus' opstanding kregen de discipelen de boodschap te horen, dat Hij   Jezus   niet meer in het graf was, maar Hij was opgewekt. In de weken daarna zijn de discipelen in afwachting geweest van de komst van de Trooster, de Heilige Geest. Vlak voor de gevangenneming had de Here Jezus gezegd tegen Zijn discipelen, dat deze Trooster van Hem zou getuigen (Joh. 15:26,27). Maar, zo zei de Here Jezus: ook gij moet getuigen. Tijdens het, laatste gesprek dat de Here Jezus had met de discipelen, vlak voor de hemelvaart, heeft Hij hier opnieuw over gesproken.

Wanneer de Heilige Geest over hen komt, zullen zij kracht ontvangen om Zijn getuigen te zijn. Het is dus de Heilige Geest, Die getuigt en daarbij brengt Hij het getuigenis van de discipelen in de harten van de toehoorders. Hierbij gaat het om het getuigenis Wie de Here Jezus voor hen is en wat Hij gedaan heeft, maar het gaat ook om het getuigenis van de Schrift. Vooral in het boek Handelingen wordt duidelijk, dat de Heilige Geest de boodschap die de discipelen verkondigen, in het hart brengt van de hoorders. Daarbij valt ook op dat de apostelen het evangelie in zijn volheid brengen, Het gaat steeds om Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane Heer. Op de Pinksterdag, direct nadat de Heilige Geest was komen wonen in de harten van de discipelen, brengt Petrus de boodschap van heil, Het gevolg is, dal mensen vragen wat zij moeten doen. In Hand. 2:37 lezen we zelfs, dat zij diep in hun hart getroffen worden. Op deze vraag antwoordt Petrus, dat zij zich moeten bekeren. Bovendien zegt hij erbij, dat zij zich moeten laten dopen. Later verkondigt Petrus in Jeruzalem, dat er onder de hemel geen andere naam is, waardoor wij moeten behouden worden.

Het is dus  in de tijd van de apostelen   dat is dus na het kruis   niet zo, dat joden behouden kunnen worden omdat zij Jood zijn, Vandaag is dat niet anders. Jood èn heiden staan schuldig voor God, want ieder mens heeft gezondigd. Door het hele boek Handelingen heen zien we dat de verkondiging krachtig plaatsvindt. Het is de Heilige Geest, Die mensen opnieuw geboren doet worden. In bepaalde gevallen is het nodig dat er wonderen en tekenen volgen op het woord van de
apostelen. De Geest getuigt van Christus. Ook vandaag, totdat de Geest èn de Gemeente plotseling weggenomen zullen worden. Dat zal gebeuren als de Here Jezus terugkomt, bij het klinken van een bazuin Gods.

Hoe zullen jood en heiden geloven?
Door het horen van het Woord van Christus.
Tot die tijd zijn wij geroepen om het evangelie te brengen aan de mensen om ons heen. Op v
1e  Pinksterdag zullen we stilstaan bij de komst van de Trooster, Die ook in onze harten is uitgestort en ons de woorden geeft om van Christus te spreken en Hem te verheerlijken. s Avonds is er een concert met Wim Pols en Band. Ds. H.L. Witmer hoopt de avond te leieden en een korte boodschap door te geven. Een gezegende maand en een gezegend Pinksterfeest toegewenst.
J. van der Zeeuw


Door de OPSTANDING van Jezus Christus...
Vlak voor Zijn sterven riep de Here Jezus: "Het is volbracht!"
Op dat moment had Hij de overwinning al behaald over de zonde en de dood. De straf voor onze zonden had Hij gedragen door Zijn leven te geven in onze plaats. De losprijs was betaald en wij waren vanaf dat moment vrijgekochten. Toch is de Here Jezus pas op de derde dag uit de doden opgewekt. Toen heeft de Vader het bewijs geleverd dat alles wat de Here Jezus volbracht had, ook voldoende was voor onze redding en onze eeuwige behoudenis. Drie dagen heeft onze Heiland in het graf gelegen, maar op de morgen van de derde dag kon het door de engelen uitgeroepen worden: "Hij is hier niet, want HIJ is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft." Zoals de kruisdood en de opstanding van de Here Jezus Christus te maken hebben met ons sterven en onze wedergeboorte, zo heeft het graf van de Here Jezus ook te maken met wat ons overkomen is, In de brieven aan de Romeinen en Colossenzen lezen we dat de doop in feite onze begrafenis is. Wij zijn met de Here Jezus begraven door de doop in de dood. We lezen deze woorden in Romeinen 6:4 De doop laat het begraven zijn met Christus zien! Het geopende graf spreekt van het nieuwe leven dat wij in onze Heiland ontvangen hebben. Zijn opstanding is onze opstanding. Eeuwig leven hebben we doordat de Vader de Zoon heeft opgewekt uit de doden.

Aan het eind van deze maand kunnen we als gemeente van dichtbij kennis maken met het project Sonrise. Op zaterdag 24 april, komt er een team in Vroomshoop om iets te laten zien van dit bijzondere project om het evangelie aan mensen die niet zo gewend zijn om naar een kerk te gaan, bekend te maken. De naam 'Sonrise' wijst naar de Zoon van God, de Here Jezus Christus, Die uit dood is opgestaan. Door Zijn opstanding heeft de Here Jezus verklaard Gods Zoon te zijn. Met deze woorden begint Paulus zijn brief aan de Romeinen. Het is een soort van lofprijzing, zoals Paulus ook aan het eind van de brief weer afscheid neemt van zijn lezers, wanneer hij schrijft:

'Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.'(Romeinen 16:27)

Van harte wensen wij u allen Gezegende Paasdagen toe en Gods rijke Zegen voor de maand die weer voor ons ligt!
J. van der Zeeuw.
 


Op weg naar Golgotha

Deze maand staan we weer stil bij de boodschap van het lijden en sterven van de Here Jezus. We gaan "op weg naar Golgotha". De naam Golgotha is komt van een Aramees woord, dat 'schedel' betekent. In Marcus 15:22 lezen we over deze plaats. In de Latijnse vertaling   de Vulgata   wordt het woord 'Calvarie`gebruikt. Aangezien de berg of rots op een schedel lijkt, is deze naam ook aan de rots gegeven.

De profeet Daniël had eeuwen daarvoor al de profetie ontvangen en heeft moeten opschrijven in zijn boek, dat de Messias de Gezalfde uitgeroeid zou worden (Dan. 9:26). Dit vers bevat een wonderlijke profetie, want heel duidelijk wordt in het Oude Testament bekend gemaakt wat met de Here Jezus zal gebeuren: Hij zal uitgeroeid worden. In onze vertaling lezen we over "een gezalfde". De Statenvertaling heeft het Hebreeuwse woord onvertaald gelaten: Messias. In het Nederlands is dit 'gezalfde". Meestal gebruikt het Nieuwe Testament het onvertaalde Griekse woord: Christus. Onze Heiland kwam om te redden hetgeen verloren was. Verloren waren we nature allemaal, maar door Zijn genade heeft Hij ons gered.
Deze redding vond plaats op Golgotha. In de tijd waarin de Here Jezus het Offer bracht, lag Golgotha nog buiten de stadsmuren.
We lezen in Hebr. 13:12 en 13 dat Hij buiten de legerplaats heeft en Zijn smaad heeft gedragen. Vanwege de vreugde Hem lag, heeft de Here Jezus dit alles gedragen. Het was de vreugde dat wij, kinderen Gods, voor eeuwig bij Hem zouden zijn.

Golgotha is ook de plaats waar Wij genageld zijn het kruis: met Christus zijn wij gekruisigd en met Hem zijn wij opgestaan.
Daarom kijken we deze maand niet alleen naar hetgeen aan het kruis volbracht is, maar we zien ook al uit naar Pasen: we mogen immers met Hem leven tot in alle eeuwigheden! Bij de avonden 'Alles wordt anders……', tijdens de Seniorenmiddag en bij de Themadienst met de Broederkring hopen we stil te staan bij Zijn lijden voor ons.
Steeds zal er ook al iets te zien zijn van het licht van Pasen!
J. van der Zeeuw.


Er zullen...hongersnoden en aardbevingen zijn. 

In de tweede week van het nieuwe jaar werd Haïti opgeschrikt door een zware aardbeving. Ook in onze gemeente is daarop besloten een inzameling te houden, waarover u elders meer kunt lezen in deze Gemeentestem. In de Bijbel lezen we ook over aardbevingen die plaatsgevonden hebben, maar ook die nog zullen plaatsvinden. Steeds is het zo, dat aardbevingen op mensen een geweldige indruk maken. Het leven kan zomaar weggenomen worden in het korte ogenblik waarop de aarde beeft.

In het boek Openbaringen klinkt de roep van mensen die dan leven: ‘Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; ...’
Die tijd is nog niet aangebroken, de tijd waarin de oordelen over de aarde zullen gaan. De Here Jezus spreekt met Zijn discipelen over de dingen die komen gaan, omdat zij Hem vragen wat het teken zal zijn van Zijn komst en van de voleinding der wereld. In Zijn antwoord spreekt de Here Jezus over oorlogen die zullen plaatsvinden, over volkeren, die tegen elkaar zullen opstaan, over hongersnoden en aardbevingen. Leest u maar eens in Matt. 24 hierover! Terwijl mensen in onze tijd zich afvragen of het wel rechtvaardig is van God, dat Hij dit leed toelaat, lezen we bij de Here Jezus iets heel anders: ‘Doch dat alles is het begin der weeën.’ (Matt. 24:8). Deze woorden moeten een gelovige tot nadenken stemmen, zeker als we ook nog de woorden van vers 6 erbij lezen: ‘... want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet.’

Opnieuw is de wereld bepaald bij het zuchten van de schepping (Rom. 8:22), vanwege de barensnood, waarin zij zich bevindt. De ene keer worden wij hierbij bepaald door een ramp die ergens in de wereld plaatsvindt, een andere keer bepaalt een gebeurtenis uit het dagelijks leven ons hierbij. We zijn geroepen om te helpen waar dat mogelijk is en te doen wat in ons vermogen ligt. En zo is het op onze weg gekomen om op Haïti iets te doen om de nood te lenigen en we doen dat door organisaties te steunen, die ter plaatse niet alleenvoorzien in de tijdelijke aardse behoeften, maar ook getuigen van het eeuwige leven. Ons gebed mag daarom zijn, dat de nood in dit leven en het besef van de eindigheid van het aardse leven mensen ertoe zal bewegen om de vraag te stellen, die eens de bewaarder van de gevangenis in Filippi stelde. Hij maakte van dichtbij een aardbeving mee, die waarschijnlijk zeer plaatselijk was. Het bracht hem tot de vraag: ‘Wat moet ik doen om behouden te worden?’ Hij kreeg als antwoord: ‘Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis’
Van harte weer Gods Zegen en nabijheid toegewenst!
J. van der Zeeuw.


Men noemt Hem .....Vredevorst......!

De Kersttijd nadert. De dagen worden korter. In de tijd waarin Jesaja leefde en als profeet optrad, werd het donkerder om hem heen. Niet vanwege de winter die eraan kwam, maar in het geestelijk leven van velen was het koud en donker geworden, Toch mag de profeet de boodschap verkondigen, dat het licht zal doorbreken. Bekende woorden van Jesaja vinden we in Jes. 9:2 en 6

Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht.
En:
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

Dat licht gaat straks pas schijnen: voor Jesaja en het volk Israël lag het toen nog in de toekomst. Voor ons is de profetie inmiddels vervuld, Matthéüs geeft dat ook aan in zijn Evangelie, Jesaja schrijft dat "men" Hem noemt Vredevorst." Het is één van de namen die in Jes. 9:6 gegeven zijn aan de Here Jezus. Eén van Davids zonen droeg in zijn naam al iets mee van de Vredevorst: Absalom. Zijn naam betekent "vader is vrede". Hij riep zichzelf uit tot koning over Israël. De Here God had echter een andere koning voor ogen: Salomo: Vrede, of "rijk aan vrede" betekent deze naam. Salomo, de zoon van David, was niet meer dan een type van de Vredevorst, Die komen zo., Op Hem wachtte het volk Israël, maar toen Hij kwam, werd Hij verworpen.

De wereld waarin wij leven wacht al vele eeuwen op de echte vrede, die voor geen mens binnen handbereik ligt. Toch mogen wij ook dit jaar van deze vrede spreken en getuigen. Het lag ook niet voor ons binnen handbereik, maar door de genade van God heeft Hij het ons om niet gegeven, De Vredevorst Die komen zou, is gekomen en heeft het hart van de gelovige vervuld, Hij, Jezus Christus geeft ons voortdurend een vrede, die alle verstand te boven gaat,

Laten we bidden dat in deze donkere tijd, wij geopende deuren mogen hebben om van deze Vredevorst te spreken!

Voor de komende maand wensen wij u een gezegende tijd toe, in het bijzonder tijdens de feestdagen, en een hartelijke groet van

Fam. J. van der Zeeuw.


Zij gaven zichzelf eerst aan de Here en ook aan ons .....
Paulus getuigt ervan in 3 Cor. 8:1 7 dat de gemeenten in Macedonië met veel enthousiasme zich gegeven hebben aan de Heer en aan Zijn werk. Het viel Paulus op dat de gelovigen met de weinig beschikbare middelen zich inzetten voor het werk van de Heer en voor Zijn gemeente. De gelovigen in Macedonië hadden gehoord, dat medegelovigen in Judea het moeilijk hadden, en daarom hadden ze met elkaar het besluit genomen om te helpen. Daartoe wordt een collecte gehouden, Terwijl ze zelf arm zijn, geven ze van hun armoede aan anderen. Duidelijk wordt, dat deze inzet het werk van God is in de gelovigen: Hij werkt door Zijn Geest immers in de harten van mensen, Zo worden ook vandaag mensen enthousiast voor Hem. Het woord ëenthousiasti (enthousiasme) is afgeleid van een Grieks woord, dat letterlijk betekent: 'God van binnen', of.  'God in hen'. De Here Jezus Christus heeft immers in onze harten 'woning gemaakt' (Ef, 3:17), door het geloof. God heeft Zijn Geest in onze harten uitgestort, en daardoor zijn we andere ' mensen geworden'. Dat is ook zichtbaar in de gemeente van vandaag, ook in ons midden. Als Gods Woord opengaat en wij nemen dat Woord op in ons hart, dan gebeurt er iets. Dan wordt het verlangen naar God en Zijn Woord groter. Dan heeft dat ook een uitwerking in de gemeente, doordat de liefde onderling groter wordt, mensen enthousiast raken en hun tijd en energie geven in dienst van de Heer. Wij staan weer aan het begin van een nieuw winterseizoen, In deze Gemeentestem kunt u lezen, dat er allerlei activiteiten gepland staan, waarbij ons geloof versterkt zal worden, en wij onszelf mogen geven aan elkaar en zo samen de gemeente mogen opbouwen. Het geheim vinden we in 2 Cor. 8:5 : de gelovigen gaven zichzelf eerst aan de Heer, maar vervolgens raakten ze ook meer op elkaar betrokken, de eenheid werd groter en zij werden tot zegen gesteld voor elkaar en voor anderen, Als dit ook ons verlangen en ons gebed is, dan mogen we veel verwachten in de komende tijd. En ook hier geldt: eerst van de Heer, maar ook van elkaar! Voor de komende tijd en voor het komend seizoen u allen weer Gods rijke Zegen toegewenst!


Fam.  J. van der Zeeuw.


Rust een weinig ... (Marcus 6:30-33)
Het was voor de discipelen van de Here Jezus een drukke tijd
geweest. De twaalf discipelen waren twee aan twee door de Here Jezus uitgezonden. Hun taak was in Israël te prediken, dat de mensen zich zouden bekeren, Wonderen en tekenen ondersteunden en bevestigden de prediking, In Mare. 6 lezen we, dat de discipelen weer bij de Here Jezus terugkomen. Hij roept hen dan op met Hem mee te gaan naar een eenzame plaats, In vers 31 lezen we dan: en rust een weinig."
Als Elia na een moeilijke tijd vlucht naar Bersheba, ontmoet de Engel des Heren hem en zegt: "Sta op, eet," (1 Kon. 191 8),
Voor ons (als gemeente) staat de vakantie voor de deur. Een tijd om rust te nemen en om aan te sterken, Een deel van het werk in de gemeente is tot stilstand gekomen en het is dan goed om rust te zoeken, zodat we daarna weer met nieuwe kracht het werk kunnen hervatten, Tegen Elia zegt de Engel des Heren zelfs twee keer, dat hij moet eten. Bij de tweede keer zegt Hij erbij, waarom Elia dat moet doen:  want de reis zou voor u te ver zijn. (1 Kon.19:1-8)
De komende maanden zijn hopelijk voor ons allen een tijd waarin we gesterkt zullen worden. Mogelijk wordt het een tijd, waarin u meer zicht krijgt op de taak die de Heer u wil geven in de toekomst. Zo ginq het bij Elia ook, Hij kreeg een drievoudige opdracht. Wat zou het geweldig zijn, wanneer meerderen van ons zicht mogen krijgen op de taak die zij van de Heer kunnen krijgen in de gemeente. Laten we allen voor Gods aangezicht ons afvragen: "Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?" In de Statenvertaling lezen we deze vraag van Paulus. (Hand.9:6), Het antwoord luidt, dat hij moet gaan en daar zal hem gezegd worden, wat hij moet doen,
In onze gemeente gaan de beide diensten op zondag gewoon door, evenals de wekelijkse bidstond op zaterdagavond. Daarnaast gaan we in de beide zomermaanden ook nog zingen in twee verzorgingshuizen, En verder is er elke week vanaf 15 juli tot en met 12 aug, een evangelisatiesamenkomst op Camping 'De Vechtvallei, Rheezerweg 76 in Diffelen, steeds op de woensdagavond. Zo mogen we ook in de komende tijd samen het werk blijven doen, vanuit de dagelijkse rust, die de Heer ons geeft!


Fam.J. van der Zeeuw

september 2009 


Wij hebben niets op de wereld medegebracht, wij kunnen er ook niets uit medenemen. (1 Tim. 6:6-16).
De apostel Paulus waarschuwt aan het eind van de eerste Timothéüsbrief voor het gevaar dat rijkdom met zich meebrengt. In het O.T. komen we Abraham en Job tegen, die beiden weten dat hun rijkdom door God gegeven is. Uit hetgeen we in de Bijbel over hen lezen wordt duidelijk, dat zij met hun rijkdom op een goede manier zijn omgegaan. Hun rijkdom is niet een valkuil voor hen geworden. Wat dat betreft zijn Abraham en Job begenadigde mensen geweest. In de brief aan Timothéüs spreekt Paulus uitvoerig over het gevaar van rijkdom. In 1 Tim. 6:9 schrijft Paulus: ‘Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, .....’ In Luc. 12:15 zegt de Here Jezus: ‘Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, .....’ Een belangrijk woord in dit verband is: ‘tevredenheid’. Ons leven hier op aarde is tijdelijk. Hoewel elk mens weet dat hij sterfelijk is, weet niet iedereen daar op de juiste wijze mee om te gaan. De mens zonder God ziet alleen maar het leven nu. Uit dat leven zal hij dan ook alles proberen te halen, wat er in zit. Voor ons als gelovigen ligt dat anders, hoewel er heel wat momenten in het leven van gelovigen zijn, waarop we dit niet helder (meer) voor ogen hebben. Ook wij zijn kinderen van deze tijd en het denken van de wereld dringt zich steeds aan ons op. Ook wij kunnen veel last hebben van de bedreigingen waar Paulus ons in 1 Tim. 6:9 op wijst. Tegen Timothéüs en de gelovigen die bij hem zijn zegt Paulus, dat zij deze dingen moeten ontvluchten (1 Tim. 6:11). Wij moeten de verzoekingen, die er liggen in de rijkdom en de dwaze en schadelijke begeerten ontvluchten en jagen naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Voor een gelovige geldt: ‘Het beste komt nog!’ Dit is Paulus’ uitgangspunt, waardoor hij in alle rust kan zeggen: ‘Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn.’ In vers 7 haalt Paulus een woord aan uit Pred. 5:14-15. Toen we geboren werden, kwamen we naakt ter wereld. Bij onze geboorte hebben wij niets meegebracht, en bij ons sterven kunnen we onze bezittingen niet meenemen, want we moeten alles achterlaten. Dat wordt ook duidelijk in het eerder genoemde gedeelte uit Luc. 12. In de gelijkenis stelt de Here Jezus de vraag: voor wie zullen de bezittingen zijn, die de man tijdens zijn aardse leven verkregen heeft, wanneer zijn leven plotseling eindigt? (Luc. 12:20). Ook Jezus citeert hierbij een gedeelte uit het boek Prediker (Pred. 6:1,2). Onderdak en onderhoud zijn de basisbehoeften van de mens. In deze wereld zijn er echter velen, die zelfs dit moeten missen. In de tijd waarin de Here Jezus op aarde was, had iedereen onderdak en onderhoud. Toch waren er ook in die dagen mensen arm, maar daar voorzag de Wet van het Oude Testament in: de armen moesten door de degenen die voldoende hadden, ondersteund worden. Bij de poort van de Tempel zat een man, verlamd vanaf zijn geboorte. Aan de voorbijgangers vroeg hij om een aalmoes (Hand. 3:1-10). In Hand. 11:21 lezen we dat na de tijd waarin de Here Jezus op aarde was, er hongersnood kwam in een deel van het Romeinse Rijk. De gelovigen die iets konden missen voor de armen, hebben hen toen ondersteuning gezonden (Rom. 15:26). Toen de gemeente nog maar kort bestond in Jeruzalem, zorgden de gelovigen op een bijzondere wijze voor elkaar. We lezen hierover in Hand. 2:45 en 4:32-35. Het gevaar lopen we allemaal, door de ‘lusten des levens’ en door zorgen en rijkdom Gods bedoeling met ons leven uit het oog te verliezen ( Luc 8:14). Het gevolg daarvan is, dat we geen vrucht meer voortbrengen voor God. Als over ons leven het licht van de eeuwigheid schijnt, zullen we het eeuwige leven grijpen, waartoe wij geroepen zijn (1 Tim. 6:12). In vers 6 schrijft Paulus, dat de godsvrucht grote winst met zich meebrengt. Dat is de rijkdom die God ons door het geloof in de Here Jezus Christus nu al tijdens ons aardse leven wil geven. ‘Godsvrucht’, dat is het dienen van de Here God op de wijze die Hij voor ogen heeft voor ons. Dat is Hem liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Dat is de ‘koninklijke wet’, waarover we kunnen lezen in Jac. 2:8.

Voor de komende tijd u allen weer Gods rijke Zegen toegewenst!  J. van der Zeeuw

Juni 2009


Want uw gehoorzaamheid is bij allen bekend geworden... (Rom. 16:17 20).
Vorige maand hebben we stilgestaan bij 'het geheel anders zijn' van de gelovige. Dat kan en dat is zo op grond van het werk dat de Here Jezus verricht heeft op Golgotha's Kruis. Als christen behoren we anders te leven, anders te denken, anders te handelen, Als we dat inderdaad doen, zal dat door andere mensen opgemerkt worden, We lezen daar bijvoorbeeld over in Rom. 16:17 20. In vers 19 schrijft Paulus dat de gehoorzaamheid van de gelovigen in Rome bij allen bekend geworden' is, In vers 17 en 18 roept hij de gemeente op om degenen die de onenigheden en de verleidingen veroorzaken in het oog te houden en hen te mijden. Hoewel zulke mensen vroom kunnen spreken, dienen ze niet de Here Jezus Christus, maar zichzelf. Uit deze en andere verzen blijkt, dat er in de gemeente gezag moet zijn, opdat mensen die zich 'ongeregeld' gedragen vermaand kunnen worden. Het gaat er in de gemeente niet om, dat we elkaar allerlei regels en beperkingen opleggen, maar dat we ons allen houden aan wat de Bijbel zegt. In Ef. 5:21 staat dat we 'elkander onderdanig' moeten zijn 'in de vreze van Christus'. Het is de Here Jezus Die ons hiertoe oproept om elkaar onderdanig te zijn, en daarbij gaat het om Zijn eer. In 1Cor.14:33 wijst Paulus de gemeente van Corinthe er op, dat God 'geen God van wanorde' is, maar van vrede. De gelovigen in Rome zijn vanuit de heiden wereld tot geloof gekomen in de Here Jezus. Dat heeft een grote verandering in hun leven teweeg gebracht en dat is niet onopgemerkt gebleven in hun omgeving. Ditzelfde lezen we ook in Hand. 2:47a. Van de eerste gemeente in Jeruzalem wordt daar gezegd, dat de gelovigen in de gunst stonden bij het gehele volk. Ook in Hand. 5:13 staat dat het volk de gelovigen in Jeruzalem 'hoog stelde', In andere teksten in het boek Handelingen komen we tegen dat gelovigen 'goed bekend' staan. Dat betekent dat van ons verwacht wordt   omdat we Christus kennen en toebehoren   dat we Hem in alles gehoorzaam zijn en elkaar liefhebben en hoogachten. Het is de taak van de oudsten om terecht te wijzen waar dat nodig is. Soms denken we wel eens, dat de Bijbel vol staat met allerlei regels en geboden. Er staan wel regels en geboden in, maar dan moeten
we eerst maar kijken naar wat Johannes schrijft in zijn brief, waar hij zegt in 1 Joh. 5:3,4
'Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons geloof'. 
Het is door het nieuwe leven in Christus, door het werk van de Heilige Geest, dat wij door het geloof kunnen doen wat God van
ons vraagt. Aan het eind van de eerste Thessalonicenzen brief komt eigenlijk alles bij elkaar, wat hierboven gezegd is: de broeders, die de gelovigen leiden en terechtwijzen, het bewaren van de vrede onder elkaar, het vermanen en bemoedigen en het najagen van het goede. Als we hiernaar leven, zal er zegen zijn en ervaren we de liefde, die God ons in Zijn genade schenkt. Uit deze liefde mogen we leven er, zo zal de gehoorzaamheid zichtbaar zijn:
Wij verzoeken u, broeders, hen, die onder u zich moeite getroosten, die u leiden in de Here en u terechtwijzen, te erkennen, en hen zeer hoog te schatten in liefde, om hun werk. Houdt vrede onder elkander. Wij vermanen u, broeders, wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen. Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen. (1 Thess. 5:12 15)
Zo wordt de vrucht van de Geest in ons leven zichtbaar: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. (Gal. 5:22).
Aan het eind van deze maand herdenken wij de uitstorting van de Heilige Geest. Tijdens het Wekenfeest, zoals het feest in het Oude Testament genoemd wordt, kwam de Heilige Geest wonen in de harten van de gelovigen. Hij werkt in ons de vrucht, waar Gal. 5:22 over spreekt en daardoor wordt ook de gehoorzaamheid zichtbaar, want het is niet ons werk, maar Zijn werk!
Voor de komende tijd wensen we u allen Gods Zegen en nabijheid van harte toe! Na de meivakantie hopen we u weer te ontmoeten Fam. J. van der Zeeuw


Het (geheel) anders zijn van een gelovige…. (Ef.4:17-28)

In één van de bijbelvertalingen staat boven het gedeelte uit Ef. 4:17 28 het opschrift: 'De nieuwe levenswandel'. Met deze woorden wordt precies aangegeven waar het in dit gedeelte om gaat. Gelovigen worden in de Bijbel 'Christenen' genoemd (Hand. 11:26). We maken deel uit van de Gemeente van de Here Jezus Christus, en we behoren daarom niet meer aan de ongelovige wereld toe, maar aan Christus. In Ef. 4:17 ev. maakt de apostel Paulus duidelijk dat het ook in het dagelijks leven zichtbaar moet zijn dat we als gelovigen 'anders' zijn. We kunnen en mogen niet meer wandelen, zoals de 'heidenen wandelen'. Toen we tot geloof kwamen is ons nieuwe leven begonnen. Het woord 'wandelen'  wil zeggen: je doen en handelen als mens. Ons doen en handelen moet anders zijn dan voordat we tot geloof kwamen, omdat de Heilige Geest in ons leven   ons hart   is komen wonen. Vroeger, toen we nog niet geloofden in de Here Jezus en Hem niet persoonlijk kenden. waren we verduisterd in ons verstand en blind voor helt geloof in God (Ef. 4 18). Nu we tot geloof gekomen zijn, behoort onze vroegere levenswandel achter ons te liggen (Ef. 4 21). Wie zonder God leeft, heeft zich in zijn verdoving overgegeven aan de losbandigheid (Ef. 4 19), Wie tot geloof gekomen is, heeft zich aan de Here Jezus Christus overgegeven .

In Ef, 4 wordt gesproken over het afleggen van de oude levenswandel en het aantrekken van dingen die bij het nieuwe leven in Christus horen. Heel concreet worden enkele dingen genoemd, die niet meer passen bij het nieuwe leven: liegen hoort daar niet meer bij. Ook een 'leugentje om bestwil' past niet bij het nieuwe leven. Boos worden en dat blijven wanneer de dag eindigt, hoort bij het oude leven. Bitterheid, woede en toorn moeten weggedaan worden uit ons leven, terwijl vriendelijkheid jegens elkaar en barmhartigheid in ons leven volop aanwezig behoren te zijn. Wanneer we daadwerkelijk elkaar onze zonden belijden, elkaar vergeving vragen en schenken, dan doen we wat ook God voor ons gedaan heeft, Hij heeft ons immers in Christus vergeving geschonken (Ef. 4:31,32). In vers 20 zegt Paulus het in de NBG-vertaling heel kernachtig met de woorden: 'Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen'.

Het nieuwe leven in en met de Here Jezus betekent ook, dat we verlost zijn van onze zondige natuur, Met de Here Jezus zijn wij gestorven, toen Hij voor onze zonden stierf aan het Kruis van Golgotha, Wij hingen als het ware daar met Hem aan het kruis! En we zijn ook met Hem opgestaan, toen Hij op de Paasmorgen uit de doden opstond. Bij de doop komt dit ook heel duidelijk naar voren: het ondergaan in het watergraf laat zien dat we zijn gestorven. Het weer opstaan uit het water, direct na de doop laat het nieuwe leven in Christus zien! In Gal. 2:20 staat dat zo mooi geschreven met de woorden: 'Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.' In Christus zijn we een nieuwe schepping (2 Cor. 5:17), omdat we met Hem gestorven zijn (Col. 3:3) en met Hem zijn opgestaan (Col. 3:1), Daarom kunnen we ook 'anders zijn'! Helaas merken we bij onszelf en bij anderen, dat we in de praktijk van het leven wel eens vergeten dat we met Hem gestorven en opgestaan zijn. Vandaar ook de oproep in de brieven van Paulus om als nieuwe mensen te leven. In Ef. 4:28 worden we opgeroepen ons 'in te spannen' om het goede te doen, heel bewust ons anders op te stellen, anders te gaan denken en anders te gaan handelen, dan we vroeger van nature gewend waren. Als we dit niet doen en blijven leven, zoals we vroeger gewend waren, dan doen we de Heilige Geest verdriet (Ef, 4:30). De Heilige Geest is toch in ons komen wonen, toen we tot geloof kwamen in de Here Jezus (Ef. 1: 13b). Laten we dan ook wandelen door de Geest, opdat Hij Zijn vrucht in ons leven kan uitwerken! (Gal. 5:16a en 22).

Deze maand worden we in het bijzonder bepaald bij het nieuwe leven dat ons deel geworden is. Op 10 april is het Goede Vrijdag,.We hopen dan als gemeente stil te staan bij het lijden en sterven van de Here Jezus Christus. Ook mogen we deze avond het brood breken en uit de beker drinken en zo gedenken, wat de Here Jezus voor ons gedaan heeft. Op 1e en 2e  Paasdag komen we als gemeente samen voor de diensten waarin we de Opstanding van opze Heiland mogen gedenken, Als iemand een bijdrage heeft voor de invulling van  2e Paasdag, dan horen wij dat graag.

Vanaf woensdag 22 april hopen wij als gezin vakantie te hebben tot en met dinsdag 5 mei, De Bijbelklas op woensdagavond gaat nog wel gewoon door! U allen weer voor de komende tijd Gods Zegen toegewenst! 

Fam. J, van der Zeeuw


Het ‘geheim’ van de gemeente … (Col. 1:24-28).
De gemeente van de Here Jezus Christus wordt in de Bijbel een ‘geheim’ genoemd. Het is in het Grieks het woord, waar ons woord ‘mysterie’ een vertaling van is. Toch is het niet juist, om de gemeente met dit woord aan te duiden, omdat onze gedachten dan een verkeerde kant opgaan. Het is veel juister en veel dichter bij de bedoeling van de Bijbel om te spreken over een ‘geheim’ of een ‘geheimenis’. Maar dan wel een geheim dat geopenbaard is, en daarom eigenlijk geen geheim meer is! De Gemeente is in de tijd van het O.T. verborgen geweest: er was in die tijd nog geen gemeente, en je leest er in het O.T. ook niet over. Dat is wat Paulus bedoelt, als hij in de Col.-brief spreekt over de gemeente als een ‘geheimenis’: een verborgenheid. Op de Pinksterdag in Jeruzalem, toen de Heilige Geest vanuit de hemel werd uitgestort op de gelovigen, is de gemeente ontstaan. In de tijd van het O.T. bestond de gemeente nog niet, maar het was wel Gods plan om de gemeente te doen ontstaan. Vandaar dat de Here Jezus in Matt. 16:18 zegt dat Hij Zijn gemeente zal bouwen. In Col. 1:24-28 schrijft Paulus dat het geheimenis (de gemeente) eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest. Vanaf de Pinksterdag in Jeruzalem (Hand. 2) is de gemeente aanwezig op aarde, dus ook toen Paulus de brief aan de Colossenzen schreef. Paulus is een dienaar van de gemeente, krachtens de bediening, die God hem heeft toevertrouwd. Deze bediening wordt net als elke andere bediening zichtbaar in de plaatselijke gemeente. In Hand. 2:47 lezen we, dat het de Heer Zelf is, Die mensen toevoegt aan ‘de kring’, die behouden werden. Het woord ‘kring’ is voor ons gevoel wat vreemd. In het Grieks staat het woord ‘gemeente’. In een andere vertaling staat: ‘En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden aan de gemeente toe.’ Het begon allemaal met een groep van ongeveer 120 mannen en vrouwen (Hand. 1:14,15) en vandaag zijn er miljoenen, die het eigendom zijn van de Here Jezus Christus.
Het geheimenis waarover we lezen in Col. 1:27 is ‘heerlijk, geweldig en rijk’, zo zou je kunnen zeggen. In Het Boek staat vers 27 op deze manier weergegeven: ‘Hij wilde dat zij zouden weten wat een rijk en prachtig geheim Hij voor alle volken heeft. Dit is het geheim: Dat Christus in uw hart wil leven. Hij is uw hoop op Gods heerlijkheid.’ De gemeente van de Here Jezus is zichtbaar, daar waar gelovigen elkaar ontmoeten. Dat was toen in Colosse en in Efeze en in vele andere plaatsen, maar dat gebeurt nu ook in Vroomshoop. Niet alleen in onze gemeente, maar ook op andere plaatsen, waar gelovigen elkaar ontmoeten. De Heer voegt ook aan onze gemeente toe. Mensen die Hij toevoegt, dat zijn zij, die de Here Jezus hebben leren kennen als hun Heer en Heiland. Zij hebben de zekerheid van het geloof ontvangen. In het artikel van de vorige maand ging het over deze zekerheid. Wie zich bekeerd heeft tot de Here Jezus, is tot geloof gekomen en is dus overgegaan vanuit de duisternis naar Zijn licht! Je bent dan als gelovige een levende steen geworden in het geestelijk huis: de gemeente (1 Petr. 2:5). In de gemeente heeft God ons allemaal een plaats gegeven. Dat wordt verder duidelijk gemaakt in 1 Cor. 12:18 en vers 24-27, waar staat dat wij als lid (als leden) een plaats hebben gekregen binnen het lichaam van Christus. Want zo wordt de gemeente in de Bijbel ook genoemd: het Lichaam van Christus, waarvan de Here Jezus Zelf het Hoofd is (Col. 1:18). God heeft ons in de gemeente een plaats gegeven, waar we mogen ontvangen en geven: zo kunnen we in de gemeente voor elkaar zorgen. We dragen dus als gelovigen binnen de gemeente een zekere verantwoordelijkheid naar de gemeente toe en naar elkaar toe! In de gemeente wordt ons het Woord van God bekendgemaakt (Col. 1:25), worden wij terechtgewezen (Col. 1:28), maar dat betekent ook dat we bemoedigd en vertroost worden. In de gemeente ontvangen we zorg waar dat nodig is (1 Cor. 12:25), in het bijzonder bij moeite, verdriet, ziekte, en bij het naderende levenseinde.


Ze werden ‘Christenen’ genoemd … (Hand. 11:19-26).
We lezen in Hand. 11:26 dat de discipelen van de Here Jezus voor het eerst in Antiochië ‘Christenen’ genoemd werden. Voor ons is dit een erenaam, maar oorspronkelijk was dat niet zo. Het was in die tijd meer een scheldnaam. Christenen zag men als mensen, die bij ‘Christus’ horen. Volgelingen dus van Iemand, Die ‘Christus’ heette, de ‘Gezalfde’. Wat is nu eigenlijk een ‘Christen’? In de ogen van de wereld zijn Christenen mensen die het christelijk geloof aanhangen. Vanuit het perspectief van de wereld gezien is dit een aannemelijke uitleg. Bijbels gezien ligt het wel iets anders. Tegen de achtergrond van dit vrij korte artikel in de Gemeentestem is de onderstaande uitleg vrij compleet:
Een Christen is iemand, die tot geloof gekomen is in de Here Jezus, zich bekeerd heeft en nu dus de Here Jezus volgt. We lezen in Hand. 11:21 dat door Gods werk in Antiochië een groot aantal mensen tot geloof gekomen is in de Here Jezus Christus en zich dus bekeerd heeft. Van nature hebben wij mensen geen contact met God, omdat door de zondeval de mens het contact met zijn Schepper is kwijtgeraakt Wie tot geloof komt en zich tot God bekeert, wordt op dat moment als het ware in Gods familie geboren. Nu vraagt ook de uitspraak ‘tot geloof komen in de Here Jezus’ een nadere uitleg. Mensen kunnen immers geloven dat Jezus ooit geleefd heeft en toen een ‘goed mens’ was, Die velen tot voorbeeld is geweest. Wie het Bijbelse geloof kent, gelooft dat de Here Jezus voor zijn of haar zonden gestorven is. Wij mensen zijn immers zondaren, die de heerlijkheid van God missen (Rom. 3:23). Bovendien lezen we in Rom. 6:23, dat de zonde de (eeuwige) dood tot gevolg heeft. In ditzelfde vers staat ook, dat de genade die God geeft het eeuwige leven is! Door Jezus’ sterven aan het kruis heeft Hij onze zonden op Zich genomen, waardoor wij van God vergeving kunnen ontvangen, wanneer we Hem onze zonden beleden hebben, vergeving hebben gevraagd en de Here Jezus gevraagd hebben in ons hart de komen. Gal. 1:4 vertelt ons, dat Jezus Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden. Voor de mensen in de wereld is dit een ‘vreemde’ gedachte. De Bijbel zegt zelfs, dat het Kruis op Golgotha en dat wat de Here Jezus daaraan voor ons gedaan heeft, een dwaasheid is (1 Cor. 1:18). Onderstaande afbeelding laat zien dat de Here Jezus voor ons de weg naar God hersteld heeft:
    

plaatje
                                               
In de Bijbel wordt ook duidelijk dat onze redding tot stand gekomen is, doordat de Here Jezus Zijn bloed heeft gegeven tot verzoening van onze zonden. In de tijd van het oude Israël moesten offerdieren hun leven geven, omdat bloed verzoening bewerkt (Lev. 17:11). In het Nieuwe Testament lezen we in Ef. 1:7, dat we door het bloed van Jezus verlossing hebben ontvangen van onze zonden. Wie dit weet door het geloof in de Here Jezus, is een kind van God en mag dus weten een ‘Christen’ te zijn!
Aan het begin van het boek Handelingen wordt nog een bijzondere omschrijving gegeven van een gelovige. In Jeruzalem zagen de mensen Petrus en Johannes en zij hoorden hen het evangelie verkondigen. In Hand. 4:13 staat dat de mensen hen herkenden en zich herinnerden, dat zij allebei veel met Jezus waren omgegaan! Zo zou je vandaag ook een ‘Christen’ kunnen omschrijven: ‘iemand, die veel met de Here Jezus omgaat!’ In de NBV staat: beiden hadden in Jezus’ gezelschap verkeerd ...
Voor de komende weken weer van harte Gods Zegen toegewenst!
J. van der Zeeuw.

Aan een wereld verloren in schuld... In de meeste brieven van het Nieuwe Testament lezen we aan het begin vaak aan welke gemeente of aan wie de brief geschreven is. Elke brief heeft een specifieke boodschap voor de gemeente of voor de degene(n) waar de brief aan gericht is. Kijken we naar de Bijbel in zijn geheel, dan kunnen we zeggen, dat daarin de boodschap staat, gericht aan een wereld verloren in schuld, Deze woorden zingen we elk jaar in de Kersttijd, want de woorden vormen een regel in het meest bekende Kerstlied: Stille nacht, heil'ge nacht, Davids Zoon, lang verwacht, Die miljoenen eens zaligen zal, wordt geboren in Bethiehems stal, In het derde couplet wordt dan gezongen: Heil en vree wordt gebracht, aan een wereld verloren in schuld, Gods belofte wordt heerlijk. vervuld. Amen, Gode zij d'eer. Aan deze verloren wereld, waar wij midden in staan, heeft God Zijn liefde geopenbaard door het zenden van Zijn Zoon. Wat een geweldige kans is dat, om in de Advents- en Kersttijd van die liefde te getuigen. Het is voor ons niet zo eenvoudig om uit te leggen waaróm God op deze manier mensen wil redden en hen eeuwig leven wil geven. We kunnen echter wel getuigen van Gods oneindige liefde en we mogen vertellen dát God ook in deze tijd mensen wil redden! Velen in onze directe omgeving hebben niet al te veel besef meer van het feit dat de Bijbel hen "verlorenen" noemt. Toch mogen we weten dat het God Zelf is, Die ons wil gebruiken als een gezant van Christus (2 Cor.5:20). Aan deze wereld mogen wij het evangelie bekendmaken, dat God zondaren wil redden, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen (2 Cor.5:19). Kijken we naar onszelf, wat wij wel en niet kunnen, dan zinkt de moed ons in de schoenen als we er aan denken, hoe we die boodschap moeten bekendmaken aan een verloren wereld. Bij het trachten om de mensen te overtuigen (2 Cor.5:11) mogen we de rust vinden in het weten dat de Geest van God zondaren overtuigt, Daarom mag het ons gebed zijn, dat de Heer ook dit jaar ons wil gebruiken om de bekende Kerstliederen te zingen en het bekende Kerstevangelie te vertellen. Nu het einde van 2008 dichterbij komt, willen we u allen Gezegende Kerstdagen , een goede jaarwisseling en een Gezegend Nieuw Jaar toewensen! Fam. J. van der Zeeuw
'Dan zingt mijn ziel  tot U, o Heer mijn God:­ hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij!' Deze woorden zingen we regelmatig, want het zijn de woorden van het refrein van Opw. 407. Het is voor ons maar ten dele mogelijk onder woorden te brengen hoe groot onze God is. Woorden schieten daarvoor te kort. Dat komt ook zo mooi naar voren in het lied! In ver­wondering zien we dat wat God door Zijn Woord heeft voortgebracht. In verwondering! In het tweede couplet zingen we over een heel andere verwondering: daar gaat het niet over de schepping, maar over de weg die de Here Jezus voor ons gegaan is. Zonder klagen is Hij de dood ingegaan en vol verbazing zijn wij als we bedenken, dat Hij onze schuld gedragen heeft. In het lied zingen we ook nog over een derde verbazing. Vol aanbidding zullen we voor Hem ons buigen, want als Christus komt met majesteit en luister, brengt Hij ons thuis. In de volgende regel zingen we: 'Hoe heerlijk zal dat zijn', Gods schepping en al het goede dat wij mogen genieten ‑ ondanks de gebrokenheid in de schepping, waar me allemaal mee te maken hebben, en ondanks dat we meemaken dat de schepping zucht en in barensnood is (Rom.8:22) ‑ geeft ons veel reden tot dankbaarheid. Nog groter is onze dankbaarheid over de verlossing, die ons in en door Christus geschonken is, Onze dankbaarheid heeft ook betrekking op wat nog komen gaat.‑ straks mogen we voor altijd bij Hem zijn vanaf het moment dat Hij ons Thuishaalt! Ook voor de maand die weer begonnen is: van harte Gods Zegen en nabijheid toegewenst!  J. van der Zeeuw. 
 De Belofte:
En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven. (1 Joh. 2:25). Deze belofte staat in de eerste brief van Johannes, in een gedeelte waarin gesproken wordt over de antichrist. Johannes zegt niet alleen dat er een antichrist komt, maar hij schrijft ook in vers 18, dat er al vele'antichristenzijn opgestaan, In de eindtijd zal de antichrist komen, maar ook daarvoor en zelfs al in de tijd waarin Johannes nog leeft, zuilen erantichristen'zijn: je zou kunnen zeggen dat het 'voorlopers' van de antichrist zijn. Johannës geeft in vers 22 aan dat de antichrist de Vader en de Zoon loochent, Dat betekent, dat hij God niet als Vader erkent en ook niet Jezus erkent als de Zoon van God. In onze tijd staan steeds weer films en boeken in de belangstelling, waarin de Persoon van de Here Jezus centraal lijkt te staan. U zult er vast wel eens iets over gehoord of gezien hebben. Wat opvalt is dat het steeds om een 'andere Jezus' gaat, dan wij' mogen kennen. In de boeken en films gaat het niet om onze Heiland, Die kwam om Zijn leven te geven aan het kruis op Golgotha in onze plaats. Een bekende Nederlandse filmaker heeft naar eigen zeggen veel studie gemaakt en heeft vervolgens een boek geschreven overJezus van Nazaret', Het gaat in het boek er over dat Jezus gedreven zou zijn door een ideologie. Hij zou geweide verhalen verteld hebben in de vorm van gelijkenissen. Uiteindelijk was de kruisdood een gevolg van Zijn vasthouden aan idealen. Alle heilsfeiten, die in de Bijbel genoemd worden, worden in een ander licht geplaatst en zijn daardoor geen heilsfeiten meen In de tweede brief van Paulus aan de Corinthiërs spreekt de apostel zijn zorg uit over het feit dat de Corinthiërs zo gemakkelijk zich laten beïnvloeden door het wereldse denken van die tijd. Een gevaar dat ook wij lopen! Zoals eens Eva door de slang verleid werd, zo dreigden ook de Corinthiërs door de boze verleid te worden. Het is dezelfde verleiding die onze tijd even sterk aanwezig is: Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel.                    (2 Cor. 11: 3,4)

In films en boeken, waarin het verzoenende lijden en sterven van de Here Jezus niet genoemd wordt, gaat het om een 'andere Jezus' en een'ander evangelie', dan wij ontvangen hebben, toen we tot geloof kwamen. Vaak vinden mensen zulke boeken en films geweldig interessant. Dat komt omdat het vlees daardoor aangeraakt wordt: ons eigen ik, onze oude mens. De Here Jezus is de enige Weg tot ~LA  Vader en buiten Hem is er geen behoudenis. Dat is de belofte armee wij begonnen zijn in het gedeelte van 1 Joh. 2:18 27, Wat Ij vanaf het begin   toen we tot geloof kwamen ~ gehoord hebben, oet in ons blijven en moeten wij vasthouden. Dan zullen we OOK blijven in de Zoon en in de Vader, Vervolgens lezen we in 1Joh.2:25: En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft. het eeuwige leven.

Op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament lezen we de oproep 'Laat u niet misleiden Ef.5:6; 2Thess.2:3; 1Joh. 3:7). In 2Cor.11:3 worden wij erop gewezen, dat de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus zo belangrijk is, Over de toewijding gaat het in de themadiensten dit najaar. laten we ons op een eenvoudige wijze maar toewijden aan de Here Jezus Christus. Dan zal Hij ons bewaren voor misleiding en kunnen we ons steeds verheugen in de belofte van het eeuwige leven!  Gods Zegen en nabijheid weer toegewenst, J. van der Zeeuw


Het volk kreeg een hart om te arbeiden..... Toen Nehemia terug was uit de ballingschap en met zijn werk voor de Heer begonnen was, kwam hij tot een verblijdende ontdekking! Het werk aan de muren en poorten van Jeruzalem vorderde gestaag en alles liep voorspoedig. Beide kanten van één en dezelfde zaak worden in het Boek Nehemia naar voren gebracht: enerzijds de wijze waarop het volk aan het werk is, maar anderzijds ook dat wat God doet. Het gaat immers om Zijn Zegen, zoal ook op een zo bijzondere wijze omschreve wordt in Ps.127:1  "Als de HERE het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan; als de HERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter." In onze vertaling staat in Neh.4:6, dat het volk lust had om te werken". Het gevolg was dat het werk aan de muren in snel tempo vorderde. Het volk had "lust" om te werken. Als we verschillende vertalingen naast elkaar leggen, dan blijkt dat de vertalingen nogal uiteenlopen. Er is een vertaling, waaruit naar voren komt, da het hart van het volk zodanig is, dat men gewoon aan het werk gaat. In een andere vertaling ligt de nadruk op het feit dat het volk vastberaden doorwerkt. De NBV gebruikt hier het woord "vastbesloten". Weer een andere vertaling gebruikt het woord "moedig": ieder werkte moedig door. In nog weer een andere vertaling lezen we: want het volk had hart voor het werk." Op één vertaling wil ik u nog in het bijzonder wijzen. Het gaat om de Lutherse vertaling. In deze vertaling is de zin, waarin in de NBG staat dat het volk "lust" had om te werken, vertaald met: "het volk kreeg een hart om te arbeiden". Waarom deze uitgebreide opsomming van verschillende vertalingen van één regel uit een Bijbelvers? Allereerst om u te laten zien hoe rijk een vers in de Bijbel kan zijn, want al deze vertalingen laten iets zien van wat er in het oorspronkelijke Hebreeuws staat. Het woord, dat in de NBG vertaald is met "lust", is het Hebreeuwse woord voor "hart". Duidelijk is bovendien, dat het de Here Zelf is geweest, Die aan Nehemia en de mannen het verlangen in het hart gegeven heeft om aan het werk te gaan. Wij staan weer aan het begin van een nieuw seizoen. Als u kijkt naar wat er in de komende tijd op het programma staat, dan wordt duidelijk dat van ons allen gevraagd wordt het werk ter hand te nemen. Het is de Heer, Die door Zijn Heilige Geest in ons hart het verlangen legt om aan het werk te gaan. We gaan samen met jongeren en ouderen aan de slag om te bouwen aan de gemeente, Zijn gemeente! De Heer wil ook door onze gemeente het verlorene bereiken om hen te redden. Hij geeft het verlangen en de kracht, laten wij onze verantwoordelijkheid op ons nemen en het werk gaan doen, waartoe Hij ons roept, laten we het met vreugde doen en laten we er ook voor zorgen, dat die ander het met vreugde kan doen! Neh.4 spreekt ook over tegenstanders. Opmerkelijk is het, dat Nehemia zich door hen niet laat afhouden van zijn werk. Zijn ogen zijn immers gericht op de God van Israël, Hij zal het hen doen gelukken! (Neh.2:20).

Een hartelijke groet aan u allen, J. van der Zeeuw.

[ SITEMAP ]
Pagina gegenereert in 2.4510 seconden.